Hanneloes Pen interviewt Aysel Çalişkan over haar jeugd, haar huwelijken en de weg naar zelfstandigheid. Het artikel beschrijft de ingrijpende gevolgen van uithuwelijking en huiselijk geweld, maar ook haar zorg voor haar broer, haar moederschap en haar werk.
Aysel vertelt waarom zij haar ervaringen in De nootjes van het huwelijk naar buiten bracht: om een zwijgen te doorbreken en anderen aan te moedigen zelf richting aan hun leven te geven. Het bewaarde artikel verscheen op 16 september 2006. Het gaat over haar eerdere boek, dat later werd herzien tot (G)een echte Fatima.
Lees de oorspronkelijke publicatie als tekst
Volledige leesbare tekst van het interview en het begeleidende kader op pagina 30 en 31 van 16 september 2006. Kolommen zijn in leesvolgorde samengevoegd. De uitspraken, leeftijden, wettelijke context en prijs zijn historisch bronmateriaal. Links staat de oude boekomslag met Aysel als jonge bruid; rechts het portret van Aysel voor een bakstenen muur, gefotografeerd door Suzanne Blanchard.
Volledige artikeltekst
Het Parool — Amsterdam — zaterdag 16 september 2006 — pagina 30 en 31
‘Het moet afgelopen zijn met dat uithuwelijken’
Aysel Çalışkan is 34 en van Turkse afkomst. Ze woont in Amsterdam-West. Als dertienjarige werd ze uitgehuwelijkt aan een jongen op het Turkse platteland. In het aangrijpende boek De nootjes van het huwelijk vertelt ze over de uithuwelijking, de mishandelingen door haar man en schoonouders en haar twee zelfmoordpogingen.
HANNELOES PEN
Aysel Çalışkan is 34, maar voelt zich een vrouw van zestig. Door haar bewogen leven. De uithuwelijking en alle mishandelingen die ze heeft ondergaan, hebben een stempel op haar leven gedrukt. “Kijk, ik heb zelfs een scheve neus door al die klappen.”
Het leven dat ze leidde, was op geen enkele manier te voorkomen, zegt ze: “Ik was heel jong en werd gigantisch onder druk gezet. Mij werd geleerd onderdanig te zijn. Wat had ik eraan kunnen doen? Wie had ik in Turkije om hulp moeten vragen? Iemand zei eens tegen me: ‘Je had naar het consulaat moeten gaan.’ Ja hallo, zo pittig was ik niet.”
Het boek van Çalışkan is autobiografisch; alleen de namen van de personen zijn verzonnen. In haar jeugd hield ze al een dagboek bij. Maar dat heeft ze later verscheurd. “Maar ik ben niets vergeten. Die dingen die ik heb meegemaakt, vergeet je niet.”
In het boek vertelt ze dat ze als meisjesbaby weinig waard was. Ze werd niet eens ingeschreven bij de burgerlijke stand. Haar ouders verwaarloosden haar en haar broertjes en zusje. De hele dag, tot ’s avonds laat, zaten ze alleen maar thuis. De ouders werkten om een huis in Turkije te kunnen kopen. “Ik heb er altijd alleen voorgestaan. Ik had geen moeder, nog steeds niet. Ik zorgde voor mijn gehandicapte broertje.”
‘IK HEB ER ALLEEN VOORGESTAAN, IK HAD GEEN MOEDER’
In haar boek beschrijft ze in detail hoe de uithuwelijking totaal buiten haar om werd geregeld. Ook vertelt ze hoe ‘gewoon’ het is door haar man en schoonouders te worden mishandeld.
Aysel, die vanaf haar derde in Amsterdam woont, zegt geen uitzondering te zijn. “Het geldt voor veel Turkse meisjes,” zegt ze. “Zeker de helft maakt hetzelfde mee. Ik ben een uitzondering met een happy end. Ik kon eraan ontsnappen. De meesten blijven hangen in dat ongelukkige huwelijk.”
Çalışkan heeft zich altijd geschaamd voor haar leven. “Hoe heb ik bij mijn tweede huwelijk met een man kunnen trouwen die al getrouwd bleek te zijn met een vrouw in Turkije? Daar heb ik lang over nagedacht. Ik besloot alles op te schrijven. Ik heb niets te verliezen. Dit leven is mij aangedaan.”
Volgens haar moeder is het echter allemaal haar eigen schuld. Maar Çalışkan weet beter: “Als dertienjarige kun je niet kiezen. Mijn moeder was de baas in huis. Mijn vader gehoorzaamde haar. Hij is eigenlijk een moderne Turkse man. Hij wilde nooit dat ik een hoofddoek droeg! Maar mijn moeder is een harde, dominante vrouw. Toen ik geslagen werd, kwam ze wel voor me op bij mijn ex-man. Maar ze stuurde me ook terug naar hem. Scheiden kon niet. De naam van de familie is belangrijker.”
De ouders van Çalışkan, inmiddels tegen de zestig, verblijven enkele maanden per jaar in Turkije. Ze komen volgende maand terug naar Nederland en ze zijn niet blij met de publicatie van haar boek. “Mijn moeder heeft al wat uit de flyer van het boek laten vertalen. Ze zei daarover: ‘Het zijn haar woorden.’”
Toen het boek klaar was, lag ze vier weken misselijk in bed. “Alles kwam boven. Ik ben verscheidene keren verkracht, zowel door mijn eerste als door mijn tweede man. Ik wil het verleden met dit boek afsluiten.”
Maar ze heeft een groter doel voor ogen. Çalışkan wil dat het ‘afgelopen’ is met het uithuwelijken en mishandelen in de Turkse gemeenschap. “Als ik een paar vrouwen die op het punt staan uitgehuwelijkt te worden, kan laten zien dat het mogelijk is het heft in eigen handen te nemen, ben ik al tevreden.”
Met de relatief nieuwe wet die het Marokkanen en Turken lastiger maakt partners uit het land van herkomst te halen, is zij enorm blij. “Daarom zijn er momenteel zo veel vrijgezellen in de Turkse samenleving. Ze willen nog steeds een Fatima uit Turkije en als ze die niet kunnen krijgen, kiezen ze ervoor niet te trouwen.”
Çalışkan heeft inmiddels drie kinderen. Haar oudste dochter, geboren uit haar (tweede) huwelijk met Neco, is nu zestien.
“In haar jeugd was ze altijd heel ongelukkig. Ze lachte nooit en was teruggetrokken. Toen ze dertien was, vertelde ze dat ze ooit had gezien dat mijn man probeerde mij te wurgen. Ze was toen zo bang dat ze niet naar me toe durfde te komen als ik haar riep. Ik schrok daar enorm van. Ik heb nooit geweten dat ze het heeft gezien. Het speet haar, zei ze huilend. Ze vond dat ze me te hulp had moeten komen. Al die jaren had ze hiermee rondgelopen en zich er schuldig over gevoeld.”
‘DOOR BEIDE MANNEN BEN IK DIVERSE KEREN VERKRACHT’
Het boek gaat ook over Memo, het gehandicapte broertje van Aysel, die inmiddels 28 is. “Door het trouwen van neven met nichten zijn er relatief veel gehandicapte allochtone kinderen. Maar in de Turkse samenleving wordt die kwestie niet aan de orde gesteld. Als ik er iets van zeg, zou dat een belediging zijn,” zegt Çalışkan, die een eigen bedrijf heeft opgericht voor het opvangen van verstandelijk gehandicapte jongeren.
“We hebben veel meegemaakt met mijn broer. Het was moeilijk goede opvang te krijgen. Maar nu gaat het goed met hem. Wel zegt hij nog één keer per maand tegen me: ‘Aysel, laat me niet in de steek. Neem geen pillen.’”
Na haar twee huwelijken had Aysel niet meer gedacht dat ze ooit zou hertrouwen. Haar omgeving zei dat ze nooit meer aan een Turkse man zou kunnen komen. “Misschien wil een Nederlander je hebben,” kreeg ze te horen. Maar op haar 29ste kwam ze via internet met een Turkse man in contact. Ze trouwden in de molen van Sloten.
Samen hebben ze een dochtertje van drie. “Een barbiepop. Zelfstandig en koppig. Ze is de kleine Aysel. Ze mag spelen, buikdansen en krijgt veel liefde. Ik beleef via haar nu mijn eigen kindertijd.”
Opvallend is dat ze gelooft dat al die ervaringen zin hadden. “Na al het leed kreeg ik een nieuw leven, een geschenk van Allah. Mijn gebeden zijn verhoord. Allah heeft me beproefd. Ik heb deze wegen moeten bewandelen om zo sterk te worden.”
Neco, haar tweede ex-man, valt haar overigens nog steeds lastig. Hij stuurt zijn neven en nichten naar haar toe of staat zelf voor de deur. Maar bang is ze niet voor hem. “Ik heb alles meegemaakt,” zegt ze.
‘VROUWEN MOETEN HET HEFT IN EIGEN HANDEN NEMEN’
Çalışkan, die door haar verdiensten met gehandicapten verscheidene prijzen in de wacht sleepte, waaronder tweemaal de Diversiteitsprijs (in 2001 en 2003), verwacht dat na publicatie van haar boek heftige reacties uit de Turkse gemeenschap zullen komen. “Ze zullen het als verraad zien, vooral de generatie van mijn ouders. Mijn man heeft daarom liever niet dat ik de eerste maanden alleen op straat loop.”
Ze heeft al voor de publicatie de eerste hatemail binnen. “Die man vond dat ik loog. Mishandeling kwam veel meer voor bij autochtonen dan bij allochtonen, beweerde hij.”
De politie houdt een oogje in het zeil, maar bang is ze niet. “Als ik in politiek opzicht maar iets bereik. Ik wil dat die cultuur van uithuwelijking verandert. Ik hoop dat politici de problemen van islamitische vrouwen serieuzer nemen. De blijf-van-mijn-lijfhuizen zitten vol moslimvrouwen, maar dat is nog maar het topje van de ijsberg. Mishandeling komt veel meer voor dan men denkt.”
Aysel Caliskan. De nootjes van het huwelijk, opgetekend door Mariël Croon. Uitgeverij Thoeris BV Amsterdam. Prijs € 17,50.
Fotobijschrift: Aysel Çalışkan: ‘Kijk, ik heb zelfs een scheve neus door al die klappen.’
FOTO SUZANNE BLANCHARD
KADER: Mannen slaan hun vrouwen
Het boek De Nootjes van het huwelijk met het levensverhaal van Aysel Çalışkan begint met een gruwelijke scène. Aysel, getrouwd met Neco, ligt twee dagen buiten westen in het ziekenhuis. Ze is bont en blauw geslagen en heeft een zware hersenschudding. Een Turkse schoonmaakster, een bekende van Aysel, weet hoe laat het is. Als Aysel haar vertelt dat ze tegen de wasbak is gevallen, trekt deze haar wenkbrauwen op.
Als kind kreeg Aysel altijd van haar moeder te horen dat mannen je liefhebben, maar je ook slaan. Zelf heeft haar moeder ook klappen gehad. Die noemde ze ‘de nootjes van het huwelijk’.
Aysel is geboren in Çemele, 150 kilometer van Ankara. Ze verhuist op haar derde naar Amsterdam en groeit met haar twee broertjes en één zusje op in Slotermeer. Beide ouders werken om te sparen voor een huis in Turkije. Daardoor zijn de kinderen dikwijls alleen thuis, vaak tot ’s avonds laat. Als oudste dochter zorgt Aysel voor haar gehandicapte broertje Memo. Dat valt haar zwaar.
Op de middelbare school wordt Aysel voortdurend bespied door haar moeder, die vanwege gezondheidsproblemen niet meer werkt. Ze wordt dag en nacht in de gaten gehouden, omdat haar ouders bang zijn dat ze ‘geen meisje’ meer is. Daar wordt ze gek van; ze doet haar eerste zelfmoordpoging.
Dan wordt ze tijdens een vakantie door haar ouders in Turkije uitgehuwelijkt aan Mustafa. Ze is dertien jaar. Ze moet bij haar schoonouders inwonen, die haar als slaaf gebruiken. Haar schoonmoeder is uit op ‘het goud’ dat Aysel tijdens haar huwelijk heeft gekregen. Aysel wil dat niet afgeven en wordt drie dagen zonder eten en drinken opgesloten in huis. Haar leven is zo afschuwelijk dat ze op haar veertiende een tweede zelfmoordpoging doet.
Uiteindelijk vlucht ze en keert ze terug naar Nederland. Haar ouders weten haar enkele jaren later opnieuw uit te huwelijken. Ze moet zich verloven met ‘de knikkerjongen’, een jongen van twaalf die ze alleen een heeft zien knikkeren. Ze ontsnapt aan deze onbekende jongen door met een oudere man, Neco, een vriend van de familie, weg te lopen. Ze hoopt daarmee het ouderlijk huis en de strenge regels te ontvluchten.
Uit dit tweede huwelijk komen twee kinderen voort. Maar ‘mijn rol als echtgenote van Neco leek verdacht veel op de positie die mijn voormalige schoonouders me toebedeelden’. Neco bleek bovendien al te zijn getrouwd met een vrouw in Turkije. Aysel wordt ook tijdens dit huwelijk mishandeld. Uiteindelijk doet ze aangifte bij de politie en verlaat ze haar man.
Eind goed, al goed. Via internet vindt ze haar (huidige) echtgenoot. Ze richt een bedrijf op voor verstandelijk gehandicapten en krijgt nog een derde kind.
Bekijk de oorspronkelijke publicatie

Open de volledige scan van Het Parool
Deze archiefpagina geeft een samenvatting van het aangeleverde bronmateriaal. De oorspronkelijke scan of afbeelding blijft beschikbaar. Prijzen, adressen en boekgegevens in historische publicaties kunnen verschillen van de huidige gegevens.
Terug naar het media-archief